Tags

, , , , ,

In het Tate’s Online Research Journal van 31 Januari 2012, besteden de auteurs, Rachel Barker and Alison Bracker, aandacht aan de vergankelijkheid van bepaalde kunstwerken van Joseph Beuys, en hoe dat musea voor problemen plaatste.

.Eén werk, Felt Suit (pak van vilt) bleek – na verloop van tijd in de collectie – vol motten te zitten, in alle stadia van ontwikkeling. Restauratie was duur, en er was onzekerheid of restauratie wel gewenst was. Joseph Beuys had immers bij eerdere gelegenheid aangegeven weinig waarde te hechten aan optimaal behoud: “in fact, when asked how one should care for Felt Suit”, he once announced, “I don’t give a damn. You can nail it to the wall. You can also hang it on a hanger, ad libitum! But you can also wear it or throw it into a chest”. (persoonlijke noot van Schellmann and Klüser 1980, volgens opgave van de auteurs). Later, daarentegen, leek hij vervanging van het vergane vilt om het idee van het kunstwerk te behouden, wél te accepteren.

Ook gebruik van ander bederfelijk materiaal zoals vet (Fat Battery) door Joseph Beuys, leverde kopzorgen bij de conservators. Twee canisters gevuld met natuurlijk vet (margarine) verbonden door een stuk vilt, gingen in de volgende jaren corrosie vertonen, en het vilt raakte doordrenkt met vet. Je zou kunnen denken, dit zo bedoeld was door de kunstenaar, die de vergankelijkheid van levende materialen deel liet uitmaken van zijn kunstwerken. Toch – volgens de auteurs – had Beuys bij ander werk (zoals Eurasia 1966) wel de wens dit te fixeren in de staat, die hij het gaf bij de vervaardiging. Kortom, als de artiest niet consistent is over zijn/haar visie met betrekking tot het conserveren van zekere kunstwerken, dan wordt het voor conservatoren wel erg lastig.

Grappig is het wel te lezen, dat bij het Felt Suit, na gebruik van gas om de motten te doden, besloten werd om er een container met Vapona strips (insecticide) bij te plaatsen. Er wordt niet bij opgemerkt, dat de dynamiek van het kunstwerk, een dergelijke toevoeging als het ware uitnodigde. Althans, wanneer niet werd gekozen voor de route van volledige ontbinding, – mijns inziens te rechtvaardigen -, dan maar de alternatieve route van het toevoegen van middelen om dit proces anders te doen verlopen. Auteursrechtelijk moet dan wel geregeld worden wat de plaats van de conservator wordt in de aangepaste kunstvorm.

De meeste musea hebben besloten het proces van verval, zo traag mogelijk te doen plaats vinden, maar niet te stoppen, of het materiaal te vernieuwen.

Bron: http://www.tate.org.uk/download/file/fid/7404

Met dankbaar gebruik van bovenstaande bron, opgesteld door Drager Meurtant ©, 2013

Advertisements